De visie van de provincie Utrecht staat geformuleerd in het Klimaat op Orde Programma 2008 tot 2011.

Met dit rapport streeft de provincie ernaar mensen en organisaties bewust te maken van de oorzaken, effecten en gevolgen van klimaatverandering en wil hierover het maatschappelijke debat voeren. Ook wil de provincie daadkrachtig optreden om voorbereid te zijn op de gevolgen. De visie van het programma is leren door doen. Het tot stand komen van een klimaatbestendige leefomgeving moet gebeuren in samenspel met andere partijen. Eén van die partijen is de gemeente Utrecht. Voor een aantal bodemthema’s is dit klimaatbeleid uitgewerkt.

Biodiversiteit

In het project Natuur op Orde van het programma Klimaat op Orde geeft de provincie Utrecht haar visie op de kansen als gevolg van klimaatverandering voor het landelijke gebied. De gevolgen van klimaatverandering voor de natuur variëren van het ontstaan van drogere gebieden, meer locaties voor waterberging, gebieden die vernatten tot verandering van biodiversiteit. Voor de natuur biedt klimaatverandering ook kansen om natuurdoelen voor nu en in de toekomst te realiseren. Natuur op Orde ontwikkelt activiteiten die moeten leiden tot de volgende resultaten:

  • kansen voor klimaatbufferzones;
  • de realisatie van een robuuste ecologische hoofdstructuur en Natura 2000-gebieden;
  • een visie ontwikkelen op gevolgen van klimaatverandering voor natuurgebieden die blijken uit de klimaatkaarten en borgen in toekomstige ruimtelijke kaders.

Natuur

De natuur heeft een belangrijke rol voor de recreatie voor mensen uit het stedelijke gebied. Het is dan ook belangrijk de gevolgen van klimaatverandering voor natuurgebieden in kaart te brengen en hierop in te spelen. De landbouwsector kan hierin ook een rol spelen en optreden als natuurbeheerder. De landbouwsector kan bovendien kansen aangrijpen door aan de slag te gaan met vernieuwing van landbouwproducten aangepast aan de nieuwe omstandigheden.

Openbaar groen

Als het over biodiversiteit gaat, betreft het in eerste instantie de natuur in het landelijke gebied. Echter de biodiversiteit speelt ook een belangrijke rol in het openbaar groen van het stedelijke gebied. Het openbaar groen in het stedelijk gebied draagt in belangrijke mate bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. Openbaar groen heeft diverse functies:

  • verkoeling in tijden van extreme hitte;
  • opvangen van water in tijden van extreme neerslag;
  • kwaliteit van de leefomgeving;
  • habitat voor planten en dieren.

Initiatieven

Op het gebied van biodiversiteit in de stad is geen informatie gevonden van initiatieven van de gemeente. Wel wordt net buiten de stad langs de Kromme Rijn een ecologische verbindingszone aangelegd. Ook worden bewonersinitiatieven ondersteund voor de realisatie van openbaar groen in de stad door bijvoorbeeld het plaatsen van plantenbakken, de aanleg van tuinen, parken en volkstuinen. Binnen het gemeentelijk volkstuinenbeleid voor wat betreft de bodem ziet de gemeente de volgende kansen: belang van de volkstuin voor natuur- en recreatiebeleving, bijdrage aan de kwaliteit van de leefomgeving en de natuur en een bijdrage aan de groenfunctie van de stad. Ook zijn er afspraken gemaakt voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

Draagkracht

De draagkracht van de bodem is sterk afhankelijk van de grondwaterstand. Om het watersysteem voor 2015 op orde te kunnen krijgen, werken de provincies samen met de waterschappen aan het oplossen van de zogenoemde kwantitatieve wateropgave.

Dit is de opgave die is ontstaan als gevolg van klimaatverandering, zeespiegelstijging, bodemdaling en verstedelijking. Er is sprake van een wateropgave als wateroverlast in een gebied vaker dreigt voor te komen dan acceptabel is. Mogelijke maatregelen om de wateropgave op te lossen zijn:

  • het langer vasthouden van water;
  • het creëren van waterberging;
  • het sneller afvoeren van water.

Het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water bestuurlijke afspraken gemaakt om te voldoen aan de verplichtingen uit de Kaderrichtlijn Water en de Grondwaterrichtlijn. Deze afspraken moeten ertoe leiden dat het watersysteem in 2015 op orde is. De provincie Utrecht ligt volgens de Randstedelijke Rekenkamer redelijk op schema met het watersysteem wat betreft kwantiteit.

Grondwater

Het Grondwaterplan van de provincie Utrecht geeft aan waar de verantwoordelijkheden van de verschillende partijen in de komende jaren zullen liggen. De gemeenten krijgen een grotere verantwoordelijkheid toebedeeld die de komende jaren in samenwerking met waterschappen en provincie moet worden afgebakend. Provincies adviseren in RO-processen, onder andere via de Watertoets. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de kennis van het grondwatersysteem om te bepalen waar uitbreiding of verandering van stedelijke en bedrijfsmatige activiteiten verantwoord is. Hierbij wordt ook gekeken of een nieuwe functie in de toekomst met grondwateroverlast te maken krijgt.

Verontreiniging

Op lokaal niveau werkt de gemeente Utrecht aan de ontwikkeling van het stationsgebied. In het stationsgebied van de gemeente Utrecht zijn meerdere verontreinigingspluimen aanwezig in het grondwater. De gemeente Utrecht is na uitgebreid onderzoek tot de conclusie gekomen dat een ‘biowasmachine’ mogelijk de oplossing is voor de verontreiniging in de ondergrond van het stationsgebied. Bij de herontwikkeling van dit grootschalige gebied lijkt deze innovatieve oplossing goede kansen te bieden voor de winning van duurzame energie en bodemsanering.

Warmte-koudeopslag

Door verspreid in het stationsgebied op grote schaal warmte-koudeopslag toe te passen, eventueel in combinatie met de toevoeging van voedingsstoffen, ontstaat in de ondergrond een systeem waarbij het grondwater voortdurend in beweging is (net zoals in een wasmachine). Het continue onttrekken en infiltreren van grondwater, beïnvloedt de stromingssnelheid en -richting van het grondwater. Verwacht wordt dat dit een positief effect heeft op de sanering dan wel beheersing van vervuild grondwater. In combinatie met deze dynamiek heeft ook de lokaal verhoogde temperatuur, die bij warmte- koudeopslag ontstaat, een positief effect op de natuurlijke afbraakprocessen in de ondergrond. Het tegelijkertijd benutten van de ondergrond voor duurzame energie (warmte-koudeopslag), ondergronds bouwen en het aanpakken van de verontreinigingen, lijkt voor alle partijen een positieve aanpak.

Lokale bodemverontreiniging

In mei 2009 is de intentieverklaring getekend voor een duurzame aanpak van de VOCl-verontreiniging in het stationsgebied van de stad Utrecht. Het verontreinigde gebied wordt aangepakt door middel van een gebiedsgerichte aanpak met gebruik van warmte-koudeopslag. Zie ook Grondwater Utrecht.

Verdroging

Vanaf het einde van de jaren 1980 is veel onderzoek gedaan naar de verdrogende effecten van grote grondwateronttrekkingen, al dan niet in combinatie met de effecten van ingrepen in de oppervlaktewaterhuishouding. De oorzaak-gevolgrelaties zijn inmiddels behoorlijk goed bekend; ook zijn er de afgelopen decennia al diverse maatregelen genomen. Specifiek voor grondwater is bijvoorbeeld het besluit genomen om enkele grote grondwateronttrekkingen voor drinkwater op de Heuvelrug te sluiten of te verminderen. Het onderzoek heeft ook aangetoond dat het in Utrecht wel mogelijk is om grondwater te blijven onttrekken, als maar goed wordt nagedacht over de ligging van de winningen ten opzichte van verdrogingsgevoelige natuur.

In 2006 is een nieuwe aanpak voor de bestrijding van de verdroging voorgesteld en in Europees verband worden nu harde eisen gesteld aan het halen van doelen in Natura 2000-gebieden. Dit betekent dat, ondanks eerdere inspanningen, het beleid voor grondwateronttrekkingen en van grondwaterbescherming in relatie tot deze natuurgebieden opnieuw tegen het licht gehouden moet worden en dat nieuwe maatregelen niet op voorhand zijn uit te sluiten. 

Waterbergend vermogen

Waterplan

In het Waterplan van de gemeente Utrecht wordt aangegeven dat er in de toekomst meer ruimte voor water nodig is. De verwachte klimaatverandering zal in Utrecht tot noodzakelijke aanpassingen in het regionale en lokale watersysteem leiden, hiervoor zijn wijkwaterplannen opgesteld. Op lokaal niveau bestaan in Utrecht verschillende initiatieven op het gebied van waterberging. Zo is aan vijf waterprojecten van de gemeente Utrecht subsidie toegekend door het Rijk en/of Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Alle projecten hebben als doel de kans op overstromingen te verkleinen en de kwaliteit van vijvers en sloten te verbeteren. Op drie plaatsen – Kernkade, de wijk Oog in Al en bedrijventerrein Strijkviertel – voert de gemeente voortaan het hemelwater apart af, in plaats van het te mengen met afvalwater in het riool. In De Meern worden twee zogenoemde bergbezinkbassins aangelegd, waarmee het vervuilde slib uit het rioolwater wordt gehaald voordat het in de sloten stroomt.

Projecten

Een project waarbij de bodem wordt gebruikt als opslag voor water is de Leidsche Rijn. In heel Leidsche Rijn wordt zoveel mogelijk schoon regenwater rechtstreeks in de sloten en in de ondergrond geborgen in plaats van afgevoerd. Het watersysteem wordt, als de woonwijk de Leidsche Rijn helemaal klaar is, een vrijwel gesloten systeem. Er komt alleen regenwater in, dat in buffergebieden, zoals de Haarrijnse Plas, wordt bewaard voor drogere tijden. Er hoeft dus geen relatief vuil water uit het Amsterdam-Rijnkanaal te worden ingelaten. Het waterpeil varieert, zodat ook op deze manier extra water gebufferd wordt. Het oppervlaktewater wordt rondgepompt door middel van vier grote gemalen. Zo wordt stilstaand water, en dus zuurstofloosheid en muggenoverlast, voorkomen. 

Wadi

Leidsche Rijn heeft hoger en lager gelegen delen. In de hogere delen van Leidsche Rijn, zoals Langerak, liggen brede greppels, de zogenoemde wadi’s. Als het regent, stroomt het regenwater via daken, regenpijpen, wegen en tuinen naar deze wadi’s. In de ondergrond van de wadi’s wordt een teveel aan regenwater tijdelijk opgeslagen. Het grootste pluspunt is dat het regenwater wordt gefilterd door de dikke zandlaag die in de wadi’s ligt. Het water komt daardoor schoon in het grondwater terecht. In de lager gelegen delen van Leidsche Rijn, zoals Terwijde, loopt het regenwater via de poreuze straatstenen (Thema afdekking), de goten en de bermen naar de sloten. In de berm wordt het water door de beplanting biologisch gezuiverd, waardoor het oppervlaktewater schoon blijft. In de lager gelegen delen zijn ook enkele wadi’s. Een nadeel is dat woonwijken uitgevoerd met daken en goten van zink die afwateren op een wadi, kunnen leiden tot grondwaterverontreiniging met zink.